Harland Awards: 2e plek

Met ‘Het Zwarte Vierkant van Lesley White’ behaalde ik de tweede plek bij de Harland Awards: de grootste prijs voor Nederlandse verbeeldingsliteratuur (SF, Fantasy, Horror en Magisch Realisme). Wel even een dingetje mensen. En dat terwijl ik normaal niet echt in deze genres schrijf… Je kunt de Epub met winnende verhalen via de link downloaden (wel even een account maken bij Hebban).

https://www.hebban.nl/artikelen/adventskalender-2020-dag-15-harland

Handreiking

Over slapeloosheid kan ik dag en nacht denken. De woorden liggen altijd klaar in de plooien van mijn beddengoed. Op de momenten dat ik even stilsta overdag beginnen ze in hetzelfde ritme als mijn kloppende vermoeidheid aan mijn hoofd te zeuren. Het zijn de verkrampte denkgangen die ik als een mol in de nacht groef en nu ook overdag blind kan volgen. Ik slaap niet, de dag van morgen ligt nu al aan stukken. Ik bereik weer niets, ik ben mislukt, mijn leven is enkel falen geweest. En als vanzelf voegt de wereld zich naar mijn pessimisme. Een schaduwspel van grijstinten ontstaat dat steeds meer graviteert naar zwart. Je krijgt nooit grip op het leven. Alles wat je denkt is een illusie. Iedere stap in iedere richting brengt je slechts dichter bij de dood. Zo verdwaalt de mol in de gangen die hij al jaren dag en nacht aan het graven is en raakt hij langzaam ieder besef van het bovengrondse kwijt. Nihilisme, zinloosheid en depressie zijn te nietszeggend om die duisternis te duiden. Want in de kern van de zaak, onder al die aardlagen waarin ik mijn gangen groef, die ik met woorden stutte en waarin ik nachten wakker lag, pulseert het magma van de angst.

Hij kent vele gezichten – stoornis, vrees of fobie – maar dat zijn slechts maskers om zijn rauwheid te verhullen. Stel je een plek voor zonder huid waar het kloppende, kwetsbare vlees altijd bloot ligt. Een zuchtje voel je al. Een beweging laat je trillen van ongemak. Een aanraking blijft plakken aan het weefsel, wrijft vuil in de wonde en brandt tot in je ziel. Angst om te falen, angst om te slagen, angst om een richting te kiezen, angst om stil te blijven staan – het maakt niet uit. Zijn wortels zitten vele malen dieper dan concepten en abstracties, dan woorden en plannen.

Soms vergeet ik de wond even. Soms denk ik dat hij is genezen. Altijd scheurt het vel weer open, woel ik de nacht om met mijn onrust en bonken radeloosheid en vermoeidheid overdag tegen mijn slapen. Wie ben ik? Wat wil ik? Wat als het leven dat ik leef alleen een schaduw van het beste leven is? Wat als ik keuzes maak? Wat als ik geen keuzes maak? Wat als ieder doel dat ik mezelf stel alleen een drogbeeld is, bedacht om even niet in de meedogenloze afgrond van het ZIJN te hoeven staren? Zo kronkelen mijn denkgangen weer door nachten en dagen. Zo verdwaal ik, door radeloosheid gedreven, weer in mijn zelfgegraven stelsels. En ondertussen vragen de dagelijkse verplichtingen om aandacht, zeurt de omgeving om concentratie – en is ieder hard geluid een mokerslag.

Is er een tegengif voor deze aandoening? Is er een kompas dat ik bij zo veel twijfels volgen kan? Moet ik soms, zoals sommigen beweren, vanuit het hart kiezen? Een dergelijk idee wordt direct door mijn hoofd als new age gewauwel veroordeelt. Als een hopeloze poging om niet te verdrinken in de waanzin, om me een reddingsboei voor te stellen die uiteindelijk gebakken lucht zal blijken. Zo gaat het met alles. De stem die vanuit mijn psyche overal zijn donderende kritiek op uitstort zou je rustig Doomsday kunnen noemen. Hij heeft het vermogen ieder sprankje hoop kapot te denken. Alles wat ik me voorstel maait hij neer als ijdel verlangen, zinsbegoocheling en gebrek aan realisme. Het leven is lijden. Accepteer het maar. Je bent nu eenmaal zo: een angsthaas, een professionele twijfelaar, een zwaktebod op het leven en de vleesgeworden insomnie. Geef het streven op en draag je kruis als ieder ander. Er komt een einde aan, echt waar. Dan is het over, dan is het klaar. Dan hoef je nergens meer bang voor te zijn.

Het valt niet mee om dagelijks door dit moeras te waden. Om `s nachts tegen mezelf te zeggen dat ik misschien niet aan die nieuwe gang moet beginnen. Om het gebulder van Doomsday naast me neer te leggen en naar het licht te blijven zoeken.

Misschien dat er een beetje licht in deze woorden schuilt. Dat ik de hand kan reiken naar iedereen die iets in deze tekst herkent – ondanks dat Doomsday dit allemaal als mateloos cliché beziet.

Ieder mens zit met zichzelf opgescheept. Misschien is het de handreiking die ons even uit het doolhof van het zelf kan leiden.

‘Het Bultje’, nu te lezen bij Tijdschrift Het Ei


Het was juni en zo afschuwelijk heet dat Klemens zich een druipkaars voelde. Hij stond in de badkamer van zijn ouderlijk huis en had zojuist gehoord dat hij zijn eindexamens had gehaald. Tijdens het korte telefoongesprek had hij met een hand in zijn knieholte getast. Een zenuwtrekje, zoals hij ook graag op zijn nagels beet, zijn tenen in zijn schoenen kromde en af en toe een haar uittrok. In zijn kletsnatte knieholte had hij een bultje gevonden.

Lees verder via de link: http://www.tijdschriftei.com/het-bultje/

Platform voor Objectieve Waarheid

Soms word ik wakker  ’s nachts en begin ik te denken. Gedachten die vrij van de barrières zijn die mijn hersenen overdag voortdurend opwerpen. Ze kunnen gewoon stromen zoals ze willen stromen, of ze nu krankzinnig of origineel zijn. De realiteit heeft niets te zeggen; het ongebreideld dromen is nog sluimerend aanwezig in het denken.

Een paar nachten geleden heb ik een poosje in zo’n staat nagedacht over de noodzaak tot ‘echte waarheid’. Op zich al een eigenaardig begrip. Je zou zeggen dat waarheid altijd echt is. Op het moment zijn er echter genoeg voorbeelden in de media te vinden van zaken die als ‘waar’ worden gebracht en die elders weer bevochten worden. Denk aan Trump met zijn ‘fake-news’ campagne. Denk aan klimaatverandering. Denk aan al die wetenschappelijke onderzoeken die worden gepresenteerd als ‘zo zit het dus’ en die korte tijd later door een ander onderzoek weerlegd worden. Wetenschappelijke kennis is ook niet altijd ‘echte waarheid’. Het beperkt zich tot de onderzoeksmethoden die gebruikt zijn en is slechts waar tot het volgende onderzoek het weerlegt. Voor de gewone burger een ingewikkelde zaak.

In de nacht gingen deze zaken door mijn hoofd en bedacht ik een ‘Platform voor Objectieve Waarheid’. Het zou een instantie moeten zijn die ons, de gewone burger, vertelt wat we voor waar aan moeten nemen. Simpel gebracht, in hapklare brokken, zonder die voortdurende strijd tussen media die alles vanuit het eigen perspectief bekijken en daarmee slechts verwarring zaaien. Gewoon wat waar is, wat écht waar is. Een beetje zoals het Vaticaan nu en de afgelopen eeuwen de katholieken heeft verteld wat ze moeten geloven, wat zondig en niet zondig is en hoe ze moeten leven. Zodat je zelf niet hoeft te verzuipen in al die tegenstrijdigheden. Op de een of andere manier leek dit in de nacht een fantastisch idee. ‘Vrees niet langer, moslims, christenen en atheïsten, VVD-ers en Groenlinksers, veganisten en complotdenkers, dankzij het Platform voor Objectieve Waarheid weet nu iedereen hoe het zit.’ Makkelijk zat zou je zeggen. Het moge duidelijk zijn dat ik niet volledig helder was op dat moment.

Toch valt er wel iets te zeggen voor dit onrealistische (en wellicht zelfs gevaarlijke) idee. Want de wereld waarin we nu leven, worstelt met waarheid. Er zijn meer als waarheid verpakte meningen te vinden dan ooit en grote waarheidssystemen – zoals de Islam – botsen frontaal op het Westerse denken, dat ondanks zijn omhelzing van de wetenschap toch ook niet precies weet hoe het zit. Want die wetenschap, tja… hoe moeten wie die dan weer interpreteren? In vroegere tijden hadden we tenminste gewoon die paar geloofssystemen die botsten. Daarmee vergeleken lijkt het Westerse denken een clusterbom van meningen en overtuigingen die voortdurend aan verandering onderhevig zijn.

Misschien dat er een dezer dagen een AI opstaat – ‘ontwaakt’ is misschien een beter woord – en ons de weg gaat wijzen. Een Platform voor Objectieve Waarheid dat met zijn oneindige intelligentie over ons regeert als een herder over zijn kudde. Het was die gedachte waarmee ik afsloot en de grens weer overstak naar dromenland.

(dit bericht is 24 augustus 2017 op een andere blog al gepubliceerd.)

Wind

Er raast een storm in mijn hoofd en ik ben niet bij machte hem te doen kalmeren. Ik moet het maar opschrijven dan. Hopen dat het van mijn hoofd naar het papier waait en ik weer rustige gedachten kan denken.

Subjectiviteit. Daar staat het. Een probleem waar ik al tijden over nadenk. Ik ben vastgekluisterd aan mezelf en zal dat voor altijd zijn. Mijn blik beperkt zich tot dat wat ik met deze ogen kan zien, met dit lijf kan ervaren en met deze hersens kan denken. Meer gaat het nooit worden. Ik kan de werkelijkheid alleen maar tot me nemen met mezelf; een instrument dat een constante ruis lijkt te veroorzaken. De waarheid ligt achter mijn ervaringen verscholen, altijd erachter.

Wat heeft het voor zin om te leven als je dat altijd met een verhaal moet doen? Een verhaal waarvan je weet dat het niet waar is, dat het slechts jóuw verhaal is. Een verhaal dat constant verandert, dat met je opkomt en weer met je ondergaat. De waarheid ligt eronder. Je mag het een religie noemen. Een systeem zoals het kapitalisme of het communisme. De overtuiging dat ik zelf mijn eigen keuzes maak en een vrije wil heb. Mijn geschiedenis zoals ik die aan mezelf vertel. Het zijn verhalen. Almaar verhalen die mijn subject nodig heeft om met deze werkelijkheid om te gaan. Is er een absoluut verhaal? Een verhaal dat alle andere overbodig maakt, dat wáár is? Natuurlijk niet.

Zelfs als er een verhaal is dat voor alle mensen geldt – zoals sommigen het Christendom, de Islam of het Humanisme zien – wat is het dan nog waard als er geen mensen meer zijn? Het bestaat alleen zolang wij bestaan. En dat terwijl het mijn overtuiging is dat de mens zijn langste tijd gehad heeft en het slechts een kwestie van eeuwen is voordat we verdwenen zijn. Hetzij door een ramp, hetzij doordat we een nieuwe soort worden. Stel je voor dat je nu in gesprek zou gaan met iemand uit de middeleeuwen. Iemand die goed en kwaad als absolute waarden ziet, die denkt dat de wereld volgens een door God geschapen orde draait – of stil ligt. Aangezien jullie beiden onder invloed zijn van andere memen, zal het een ingewikkeld gesprek worden. Stel je dan nu eens voor dat je in gesprek gaat met een toekomstige aardbewoner. Iemand uit laten we zeggen 2500. Iemand met wie je niet alleen de memen niet deelt, maar door de opkomst van genetische manipulatie en het versmelten van de mens met technologie ook nog eens de genen niet deelt. Iemand die wellicht hyperintelligent is of een zeer uitgebreid werkgeheugen heeft. Hoe zou je dat gesprek moeten voeren? Zou het niet vooral een bevestiging zijn dat de normen en waarden die je nu hebt tijdelijk zijn, dat het verhaal waarin je nu gelooft een illusie is? Natuurlijk zou het dat zijn. De menselijke maat waarlangs ik dat wat van waarde is kan meten houdt op als de mens ophoudt. Maar wat is die maat dan op dit moment waard? Wat maakt het uit dat ik dit stukje schrijf, of ik er lof of hoon voor oogst, of het me een goed of een neutraal gevoel geeft? Heeft het universum ook een meetlat waarmee het de mens de maat meet? Of is het universum gestript van verhalen een kale plek waar alles komt en gaat en niets blijft?

Het subject dus. Dat ding waar ik in zit of dat ding wat ik ben en waar ik nooit aan kan ontsnappen. Het lijdt. Het lijdt onder al deze gedachten die continu door mijn hoofd gaan als ik op straat loop, in de supermarkt sta of in bed lig en eigenlijk moet slapen. Is er een uitweg, vraag ik me af. Is er een manier om te ontsnappen aan het subjectieve, misschien niet voor mij dan wel voor anderen? Misschien is die er wel. Tenslotte zou het in de toekomst mogelijk moeten zijn het subject – althans ten dele – op te heffen. Stel je voor – en doe je best want het is lastig – dat er straks kunstmatige intelligentie bestaat, vanaf nu AI genoemd. AI die wellicht al snel intelligenter dan de mens zal zijn. Meestal wordt het in films voorgesteld als een intelligente robot, een mensachtig wezen van technologie. Of een ruimteschip dat een bewustzijn heeft en met de kapitein discussieert over de te volgen koers. Maar waarom zouden we zo kinderachtig zijn om die AI in robots te stoppen en ze rond te laten lopen als mensen? Dat is hetzelfde als je barbiepop aankleden en doen alsof het een echt mens is. Waarom nieuwe subjecten creëren? Tenslotte hebben we al een uitvinding gedaan waarmee we data kunnen verzenden – het internet. Het zou eenvoudig moeten zijn om alle AI aan elkaar te koppelen en zo een subjectloze soort maken. Het enige wat er nodig is, zijn heel veel netwerkkabels.

Blijft over: de mens. Wat te doen met dat zooitje hopeloze subjecten dat verhalen nodig heeft om te kunnen leven en zin aan het bestaan te geven? Verhalen die opkomen en weer ondergaan en nooit iets eeuwigs hebben. Wat kan die goddelijke AI voor ons doen? Ons uit barmhartigheid wegvagen vanwege ons onvermogen uit onze subjectieve bestaansvorm te klimmen? Ons een verhaal geven dat we met ons mensenverstand nooit ‘gekraakt’ krijgen, waar we altijd mee vooruit kunnen – een ‘infinite loop’ wellicht? Of misschien ons opnemen in dat wat zij zijn, ons in hun objectiviteit laten delen? Het laatste zou ooit mogelijk moeten worden. Maar dan nog: de AI is ook maar tijdelijk, of zou hij het universum kunnen overleven?

Gedachten, al die gedachten. En geen mens die me kan volgen lijkt het. Het is in ieder geval iets rustiger nu, hoewel de wind bij lange na nog niet is gaan liggen.

De Schaduw van de Piramide

Mijn novelle ‘De Schaduw van de Piramide’ werd als e-book gepubliceerd bij Schrijverspunt.

Dit verslag werd in 2019 gevonden in een fles, ingegraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. Het vertelt het verhaal van Gerard Adriaanszoon Cornelissen, verwende archeologiestudent en jongste telg uit een geslacht van rijke handelaren. In 1900 reisde hij af naar de Amazone om een gerucht te onderzoeken over een mysterieuze tempel, diep verscholen in het regenwoud. Speurwerk naar Cornelissen levert bewijs dat hij de reis inderdaad ondernomen heeft en ook in Amsterdam is teruggekomen. Vanaf dat punt drogen de bronnen op en lijkt hij van de aardbodem verdwenen.
Zijn lichaam is nooit gevonden, noch zijn begraafplaats. Dit verslag is alles wat er van hem rest – een schreeuw vanuit een ondoordringbaar duister.

Je kunt de novelle oa kopen op:

https://www.boekpunt.com/de-schaduw-van-de-piramide-michael-kaptein.html

Willem

De Optimist publiceerde mijn korte verhaal ‘Willem’, over de ziekelijk angstige en aan pleinvrees lijdende Jona, die op een dag een klein kereltje in een hoek van zijn appartement vindt.

https://www.deoptimist.net/2020/07/willem/